Leesbevordering
 
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)

Wat is een geschikt boek? Wat mag wel en wat niet?

 

• Het is belangrijk dat je als voorlezer enthousiast over je boek bent en dat het leuk is om naar te luisteren.

 

• Kies bij voorkeur een boek dat bedoeld is voor groep 7/8. Alleen tijdens de schoolronde en de ronde daaropvolgend worden A-boeken toegestaan.

 

• In de provinciale en landelijke finale zijn A-boeken niet toegestaan. Informatie over A-, B- en C-boeken is te vinden op jeugdBibliotheek.nl.

 

• Niet toegestaan zijn: een zelfgeschreven boek, een prentenboek, een tijd- schrift, een gedicht, een schoolboek of een fotokopie.

 

• Een voorleesboek in dialect is toegestaan tijdens de schoolronde en vervol- grondes, maar niet tijdens de provinciale en de landelijke finale.

 

• Het fragment uit een boek wordt in zijn geheel voorgelezen. Er mogen geen stukken worden weggelaten.

 

• Is er doorgegeven aan de regionale, provinciale of landelijke organisator welk boek gekozen is, dan is wijzigen niet meer mogelijk.

Wat is een bruikbaar fragment?

 

• Een afgerond stuk.

Een open einde mag om de luisteraars nieuwsgierig te maken naar het vervolg van het verhaal.

 

• Een fragment waarin niet te veel personen voorkomen.

Een fragment met veel personen is lastig te volgen voor de luisteraar die het boek niet kent.

Hoe lang mag het voorlezen duren?

 

Het voorlezen van de inleiding plus het fragment mag maximaal vijf minuten in beslag nemen.

Het minimum is drie minuten.

Een deelnemer kan in de voorbereiding het fragment rustig voorlezen en de tijd bijhouden. Soms kan te lang voorlezen reden zijn om niet door te mogen!

(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)

Wat zegt een deelnemer in de inleiding?

 

Verplicht:

  • titel van het boek,
  • auteur (eventueel illustrator),
  • en (heel kort!) wat er vooraf is gegaan aan het voorgelezen fragment, zodat luisteraars snappen waar het verhaal over gaat.

 

De deelnemer mag dit ook opschrijven en oplezen.

 

Waarom hij/zij dit boek gekozen heeft en de eigen naam, de naam van de school.

Waar let de jury vooral op?

 

Duidelijk en rustig spreken.

 

• Het publiek kunnen meeslepen in het verhaal.

 

• De juiste klemtonen.

 

Contact met het publiek, af en toe de luisteraars aankijken.

 

Eigen stem gebruiken.

 

Een goede voorlezer blijft dicht bij zijn/haar eigen stem en gebruikt bijvoorbeeld kleine verschillen in tempo, leest iets harder of iets zachter om een sfeer of emotie duidelijk te maken.

Het gebruik van stemmetjes is niet verboden, maar is wel een valkuil voor de meeste kinderen (zie ook: ‘Stemmetjes’).

 

Niet schreeuwen.

 

Geen toneelspel met (grote) gebaren.

 

• Af en toe verspreken is niet erg en wordt niet negatief beoordeeld.

 

(Advertentie voor leraar of ouder)